Castratie kater

Castratie kater

Castratie van een kater

Een kater belandt in zijn puberteit omstreeks zijn 6e levensmaand. Vanaf dit moment zal hij testosteron (het mannelijk hormoon) produceren en is hij in staat om kattinnen drachtig te maken. Onder invloed van testosteron gaan intacte katers in en rond het huis beginnen te sproeien (kleine plasjes maken) om hun territorium te markeren.  Ze kunnen ook langere tijd van huis wegblijven om een partner te zoeken. Om hun territorium en partners te beschermen, kunnen ze  vaak agressief gedrag vertonen.

Deze dieren komen dus regelmatig thuis met gapende wonden en abcessen. Om dit ongewenst gedrag tegen te gaan, worden katers het best gecastreerd.

Voor de operatie dient een kater nuchter worden gehouden. Dit wil zeggen : niet meer eten vanaf de avond voordien. Drinken mag nog wel tot ze binnengebracht worden.

Het dier wordt op een veilige manier in anesthesie gebracht, waarna de haartjes op zijn scrotum verwijderd worden.

Zodra de huid ontsmet is, zullen via 2 kleine insneden de testikels op een weinig ingrijpende manier verwijderd worden.  

 

Ze krijgen pijnstilling toegediend die tot lang na de operatie werkzaam blijft.

De dag van de operatie zelf zijn katers meestal nog een beetje rustig, maar daarna zijn ze snel weer de oude. Omdat er geen hechtingen geplaatst worden bij katers, moet hij in principe niet op controle komen. Bij enige twijfel over het genezingsproces, mag u natuurlijk altijd even telefoneren.

Na een castratie worden katten over het algemeen wat rustiger (maar zeker niet altijd!). Ze hebben ook aanleg om overgewicht te ontwikkelen. Daarom is het nodig om de voeding aan te passen. Gecastreerde dieren (en zeker binnenhuiskatten) hebben ongeveer 30% minder voeding nodig als niet-gesteriliseerde dieren.