Sterilisatie kattin

Sterilisatie van een kattin

Vanaf een leeftijd van ongeveer 6 maanden kan een kattin voor het eerst krols worden, gedekt worden en drachtig worden.

Krolsheid merken we aan de onrust, het overdreven luid en veel miauwen en weglopen. Dit is voor veel eigenaars al een belangrijke reden om hun kat te laten steriliseren.

Ook op de gezondheid van een kattin heeft sterilisatie een positieve invloed. Gesteriliseerde kattinnen hebben namelijk niet enkel veel minder kans op het ontwikkelen van een baarmoederontsteking of tumoren van de melkklieren, maar ze zijn ook minder vaak betrokken bij aanrijdingen of gevechten (omdat ze vaker in de buurt van hun huis blijven).

Bij het inplannen van de sterilisatie vragen we om de kattin ‘nuchter’ te houden voor de operatie. Dit wil zeggen dat ze vanaf de avond ervoor niet meer mag eten, maar wel nog gewoon mag drinken. Het dier wordt op een veilige manier in anesthesie gebracht, en krijgt pijnstilling. Een klein stukje vacht op de buik wordt geschoren.

Nadat de huid goed ontsmet is, kan de operatie beginnen. Deze is weinig ingrijpend. Dikwijls wordt er een insnede gemaakt van slechts 1 of 2 centimeter (wanneer enkel de eierstokjes verwijderd worden, zoals bij jonge kattinnen). Daarna worden de ovaria opgezocht, afgebonden en verwijderd.  Hierna zal de kattin nooit meer krols worden en is er geen kans meer op ongewenste nestjes.

Indien u een kat hebt die al wat ouder is, reeds een nest gehad heeft of een aangetaste baarmoeder heeft, zal ook de baarmoeder verwijderd worden. De insnede is dan iets groter.

Meestal mag de kattin dezelfde dag alweer naar huis. U zal merken dat ze ’s avonds nog vrij rustig is, maar na enkele dagen is ze  weer de oude. Tien dagen na de sterilisatie ziet de dierenarts de kattin graag nog even terug, om zeker te zijn dat alles goed heelt. Op dat moment kunnen ook de hechtingen verwijderd worden. Bij enige twijfel over het genezingsproces, mag u natuurlijk altijd even telefoneren.

Na een sterilisatie worden katten over het algemeen wat rustiger (maar zeker niet altijd!).  We dienen dan ook de voeding aan te passen. Gesteriliseerde dieren (en zeker binnenhuiskatten) hebben ongeveer 30% minder voeding nodig als niet-gesteriliseerde dieren.