Ehrlichiose

Ehrlichiose bij honden wordt veroorzaakt door de bacterie Ehrlichia canis en wordt overgebracht door teken, meer bepaald door de tekensoort Rhipicephalus sanguineus. In deze teek kan de Ehrlichia-bacterie ook de winter doorkomen. De ziekte komt wereldwijd voor in tropische en subtropische gebieden en heeft aan bekendheid gewonnen door de grote sterfte onder de Amerikaanse legerhonden tijdens de oorlog in Viëtnam. 
Vooral de Verenigde Staten en Israël hebben er momenteel mee te maken. 
Naast Ehrlichia canis zijn er nog andere types van Ehrlichia, maar deze zijn minder belangrijk. 

Bij een Ehrlichia canis infectie treedt er meestal een acute fase op na een incubatieperiode van 8 tot 20 dagen. Daarop volgt er een periode van 1 tot 4 maanden met minder tot géén symptomen. Hierna kan het dier ofwel genezen van de parasiet of er ontwikkelt zich een chronische infectie, afhankelijk van de afweer van de hond. De Ehrlichia bacterie houdt zich het liefste op in de witte bloedcellen van de hond. 

De meest voorkomende symptomen zijn :

  • sloomheid (lethargie)
  • slechte tot geen eetlust (anorexie)
  • vermageren
  • bloedingen
  • koorts
  • vergrote lymfeklieren (lymfadenopathie)
  • erg hijgen (door bloedingen en ontstekingen in de longen)

minder voorkomende symptomen zijn :

  • miltvergroting (splenomegalie)
  • hartbijgeruisen
  • braken
  • dronkemansloop (ataxie)
  • verlamming
  • geelzucht (icterus)
  • neus- en oogvloei
  • bloedingen (meest voorkomend : neusbloeden !!)

Het moge duidelijk zijn dat dit vaak heel vage symptomen zijn die bij veel ziektes kunnen voorkomen. Met andere woorden, aan de symptomen hebben we niet veel om ons in de richting van Ehrlichiose te wijzen. 

De diagnose gebeurt d.m.v. een bloedonderzoek, waarbij ofwel de bacteriën direct aangetoond worden onder de microscoop (acute stadium), ofwel door het aantonen van antistoffen (chronische stadium). 

Voor de behandeling hebben we o.a. het antibioticum doxycycline ter beschikking. Meestal wordt het gedurende 1 tot 2 maanden, of zelfs langer gegeven. 

De prognose van Ehrlichiose kan goed zijn, vooral in de acute gevallen en – zoals hoger gezegd – kunnen honden er van genezen. Echter bij chronische gevallen is de prognose slecht. Deze chronische patiënten ontwikkelen vaak een tekort aan witte bloedcellen, als gevolg van een onderdrukking van hun beenmerg. Hierdoor komen ze in een toestand van verminderde afweer, waardoor ze vatbaar zijn voor secundaire infecties. 

Er bestaat voor Ehrlichiose géén vaccin.

De belangrijkste bescherming van de hond tegen Ehrlichiose is een goede preventie tegen teken.